Het Fietspad Langs de Digitale Snelweg
Hoofdmenu Fietsenstalling Fietstochten Wielerparcours Discussiehoek Mountain Biking

Verpletterend mooi Albanië

tekst: Robert van Weperen
credits: Eme van der Schaaf, Louis Starmans en Henk v.d. Does
hard copy: Dit verhaal is gepubliceerd in FIETS in nummer 6-1994 

©Copyright 1994,1995 Robert van Weperen.
Verspreiding van dit verhaal zonder toestemming van de auteur is niet
toegestaan.


Reacties op dit reisverslag kunnen naar Robert worden gestuurd.

For those who do not understand dutch an english excerpt of this story is available.

Thessaloniki - Tirana.

Hemelsbreed liggen ze amper 250 km van elkaar verwijderd. Maar in jaren uitgedrukt zitten er gauw zo'n 4 eeuwen tussen. Robert van Weperen fietste met Eme van der Schaaf van een fraai Griekenland naar een verpletterend mooi Albanië. Hier zijn verslag.

'Ze hebben prachtige kathedralen in Thessaloniki', had mijn tante, die reeds mijn leven lang over mijn culturele ontwikkeling waakt, nog gezegd. v En inderdaad, het promotiefilmpje in het vliegtuig op de heenweg belooft schoons. Maar in deze havenstad aangekomen, verliezen we spoedig de moed er naar op zoek te gaan. De alom geprezen Griekse architectuur is verdrongen door smakeloze betonkolossen die met een zelfde gevoelloosheid zijn neergezet als in Spanje en Portugal. Thessaloniki maakt herrie, stinkt en als fietser deel je samen met de voetgangers de laatste plaats in de verkeersrangorde.

Aandoenlijk Florina

De volgende dag zitten we al vroeg in het zadel want de dagen zijn kort eind oktober. Bovendien willen we de moderne lelijkheid zo snel mogelijk achter ons laten. Maar de hoofdwegen en fabrieken weten van geen ophouden. Pas na 3 uur trappen maakt de industrie plaats voor de landbouw. Echter, dan fietsen we uren tussen katoenvelden die tot ver over de horizon reiken. Veel te laat springen we op de trein die ons voor minder dan een tientje naar Florina brengt, zo'n 150 kilometer verderop. Florina is aandoenlijk, met vele kleine barretjes, sis-kebab restaurants en heel veel jongeren die tot middernacht door de straten flaneren.

Na een Ouzootje en acht uur slapen in kamer 306, fietsen we door een bleke ochtend. Eindelijk zien we het Griekenland zoals we dat uit de plaatjesboeken kennen: bergruggen, weidse vlaktes en hier en daar kaarsrechte cipressen op een kluitje, als door een landschapschilder gerangschikt. De dorpjes die we passeren zijn minder schilderachtig; ze ontberen elke intimiteit. De romantiek van de huizen is zorgvuldig weggemoderniseerd. Verder stoort het vele zwerfvuil langs de kant van de weg. Afvalscheiding betekent hier kennelijk: het ene deel in de linker berm, het andere deel in de rechter, waardoor je als fietser constant tegen de uitwerpselen van de welvaart aankijkt.

Ruiger

De bewegwijzering is zowel in het Griekse als in het Latijnse schrift, zodat je ook met enkel een HAVO-diploma je weg kunt vinden. Maar qua wegenkaarten moet je je behelpen met een autokaart die op 1 cm2 maar liefst 16 km2 werkelijkheid weergeeft. 'Fijner' bestaat niet omdat, naar verluidt, het Ministerie van Defensie bang is dat de vijand via de kleinere weggetjes het land binnenvalt. En uit gesprekken met de Grieken blijkt dat ze nogal wat vijanden hebben. Ze voelen zich erg bedreigd door Turkije, het nieuwe Macedonië en Albanië. Of er überhaupt ooit fietskaarten komen is dus nog maar de vraag. Sommige trajecten fietsen we min of meer op goed geluk, zoals een schitterende tocht door de bergen en bossen boven het Meer van Kastoria. Als we de laatste heuvelrug bedwongen hebben, ligt het zilverkleurige meer aan onze voeten. De afdaling is perfect: de scherpte van de bochten verhoudt zich optimaal tot het dalingspercentage. Bij het meer aangekomen vallen we haast van de graat en verorberen een copieuze vismaaltijd. Als mijn reisgenoot op zoek gaat naar zijn portemonnaie om te betalen, vist hij tevens sleutel 306 uit z'n bagage.

Kastoria is mooi. Het stadje is gebouwd op een schiereiland, dat ver het meer insteekt. De witte huisjes op de heuvels reflecteren in het spiegelgladde meer. Het stikt er van de bontwinkels omdat Kastoria al eeuwen lang het centrum van de pelshandel is. Als we de volgende dag in de grensstreek met Albanië fietsen, worden de negatieve verhalen over dat buurland steeds luider. Met laatdunkende, vaak regelrecht discriminerende, taal uit men zich over de grote groepen Albanezen die soms legaal maar vooral illegaal de grens oversteken om in Griekenland wat geld te verdienen. Als we opperen dat we er eigenlijk wel eens een kijkje willen nemen, worden we voor gek versleten. Er zouden alleen maar dieven en moordenaars wonen. Maar Albanië blijft trekken, want hoe verder we oostwaarts komen des te ruiger wordt het landschap, zijn er steeds minder verharde wegen en wordt het alsmaar stiller.

Bizniz

Plotseling staan we aan de grens. De Griekse douaniers wijzen ons ten letste male op de enorme gevaren die aan de overkant op ons wachten. Honderd meter verderop benaderen hun Albanese collega's ons evenwel zeer vriendelijk en zijn haast uitgelaten over het feit dat wij per fiets de oversteek maken. "Die zullen wel een uitzondering vormen", is onze eerste, onvoorzichtige conclusie. Aan de andere kant van de slagboom worden we aangestaard door grote groepen mannen met inderdaad vervaarlijk uitziende snorren en uitzonderlijk foute leren jasjes. Ze zijn allemaal druk met hun bizniz die ze vanuit de achterbak van een oude Mercedes of Volvo voeren. Maar we nemen liever niet de tijd om het te onderzoeken en koersen in hoog tempo Albanië binnen. Kort daarop passeren we het eerste Albanese dorp. De wegen zijn er onbestraat, de huizen gemaakt van hout, leem of plaggen en het afvalwater wordt - noch aan het oog, noch aan de neus onttrokken - door kleine geultjes afgevoerd. Het zou het decor voor een middeleeuwse film kunnen zijn. Dorpsbewoners bekijken ons met argwaan. Of zijn ze gewoon nieuwsgierig? Het voelt in ieder geval onprettig aan. Ik zie een man die van een tros druiven staat te eten en vraag - na enige aarzeling - waar ik die kan kopen. Hij kijkt niet-begrijpend. Mijn onzekerheid wordt er niet minder door. Ik herhaal mijn vraag, laat wat geld zien en wijs op de druiven. Dan verschijnt er een glimlach op zijn verweerde gezicht en hij gebaart ons mee te komen. We lopen langs de achterkant van de armzalige huizen over zandpaden die bij de minste of geringste neerslag in een modderpoel zullen veranderen. Bij zijn huis aangekomen plukt hij de grootste tros uit de pergola en accepteert slechts onder protest het geld. Albanezen zijn heel gastvrij - hun druiven voortreffelijk.

Privat Zimmer

De eerstvolgende 50 kilometer komt het enige geluid dat we voortbrengen van de Grip Shifts. We zijn volledig sprakeloos van wat we zien. Alles verraadt grote armoede. Mensen verplaatsen zich te voet of op een ezeltje. Melkkoeien trekken bij gebrek aan paarden de eg over het land. Tractoren zijn hier onbekend. De bomen langs de kant van de weg zijn stuk voor stuk omgekapt en verstookt tijdens de koude winter. Er resten slechts stompjes van een halve meter hoog. Kilometers lang. Als we in het dorpje Malic arriveren zet de schemering in. Op het dorpsplein vraag ik een man of we ergens kunnen slapen. Hij begrijpt me niet. Tegen de tijd dat we omringd worden door vijftig nieuwsgierige blikken ben ik er nog niet in geslaagd uit te leggen dat we een 'privat Zimmer' zoeken omdat we liever niet terug willen fietsen naar de grotere stad Korce. Daar staat het enige hotel in de verre omtrek. Enigszins overmoedig begin ik één voor één mensen aan te wijzen terwijl ik met een vragend gezicht het internationale slaapgebaar maak. Dan stapt er een jongen naar voren en wenkt ons mee te komen. Twintig minuten later betreden we de mooiste kamer van een eenvoudige boerenwoning. Stoffige fietsbroek of niet, we worden hartelijk uitgenodigd plaats te nemen op de sofa. Een inderhaast gecharterde neef vertaalt in en uit het Engels. Hij heeft de taal geleerd van Amerikanen. Zij zijn in dit land, waar 40 jaren lang elke religieuze uiting werd verboden, druk bezig met de baptizing van de bevolking. De rest van de familie komt erbij zitten en het wordt snel heel gezellig. De dochter des huizes verrast ons met een maaltijd waar je een tijdrit op zou kunnen winnen. Onze Griekse Ouzo gaat rond evenals het laatste nummer van FIETS, dat met veel belangstelling wordt bekeken.

Honderd mooiste kilometers

De volgende dag kunnen we verder naar de hoofdstad Tirana door het dal van de Devollit-rivier of via de 'hoofdweg'. Onze gastheren ontraden met klem de route door het dal te kiezen. De weg zou onbegaanbaar zijn en ook nog eens onveilig. Omdat het dit keer Albanezen zelf zijn die met angstaanjagende verhalen twijfelen we een moment. Maar het alternatief zou ons over een weg voeren die we moeten delen met wrakke Opels en Golfjes en hun bestuurders die net vorige week het rijbewijs gekocht hebben.

We kiezen voor het Devollitdal en we fietsen de honderd mooiste fietskilometers van Europa. Ruige bergen, bossen, kale rotsen en watervallen, die met daverend geweld naar beneden storten. Het uitzicht over het uitgestorven dal zijn van een onovertroffen schoonheid. Alsof je in een schilderij van Bartholomeus Spranger fietst. De klok loopt hier niet achter, de klok staat hier gewoon stil. En omdat er nauwelijks auto's rijden - misschien een per half uur - krijg je de indruk dat het hele land van jou is. Om de 15 kilometer passeren we een dorpje. Volwassenen slaan vaak nauwelijks acht op onze verschijning. Schoolkinderen daarentegen lopen uit om ons van dichtbij te zien, evenwel zonder zich op te dringen. Ons pad volgt op het neurotische af de loop van de rivier. We fietsen met de stroom mee, waardoor we met uitzondering van een enkel klimmetje vooral naar beneden rijden. Het wegdek is inderdaad behoorlijk slecht, maar gelukkig kan ik optimaal profiteren van de fietstechnologie uit de 20ste eeuw; kuilen en keien worden door de elastomeervering voor en achter nagenoeg geabsorbeerd. Eenmaal in Gramsh, de eindbestemming van die dag, wordt het voordeel nog eens extra duidelijk: als in een reclamespot stap ik 'uitgerust' van de Pro Flex terwijl mijn maatje moet vrezen voor wandelende nieren.

Horloges

In het post-communistische Albanië is het drijven van handel een populaire en noodzakelijke bezigheid. Je ziet in de steden op straat overal mensen die sigaretten verkopen. In Gramsh is er zelfs een heuse markt, waar heel veel sigaretten, maar ook groente, zeep of huishoudelijke apparatuur te koop zijn. Vele produkten komen uit communistisch China, waar het land tot 1976 intensieve contacten mee onderhield. Als we de markt verlaten heb ik een tweede horloge om mijn pols: een heuse China made Sjanghai met 19 jewels. 's Avonds eten we in het grootste restaurant van het stadje. Onze fietsen krijgen een plaatsje naast het buffet - tegen de dieven. De kwaliteit van het eten houdt niet over, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door de muziek van Michael Jackson. Mijn tape met DANGEROUS wordt grijs gespeeld in de cassetterecorder met lichtorgel. Zelfs Opa, drie tafeltjes verderop, beweegt zijn hoofd op het ritme van de muziek. Het is feest, groot feest en nog voor middernacht koop ik - voor veel te veel geld - het horloge van de adjudant van politie die al de hele avond tomeloos met ons mee zit te keilen.

Volgens de portier van het enige hotel in Gramsh zijn alle kamers geboekt, maar onze adjudant regelt ondanks dronken kop in no time een kamer. Het is er niet schoon, het is er zelfs vies. In een straal van anderhalve meter rondom de toiletpotten blijkt alles ondergescheten. We poetsen onze tanden met water uit de bidon, barricaderen de deur met een klerenkast en kruipen in onze slaapzak tussen groezelige lakens. Prijs per nacht, voor twee personen: 1 dollar, vooruit te betalen.

Tirana

Als we de volgende morgen door onze vele nieuwe vrienden worden uitgezwaaid heeft het landschap zijn betoverende schoonheid niet verloren. Pas in Elbasan slaat de onversneden Oostblok-ellende in alle hevigheid toe: een staalfabriek ter grootte van Abcoude vervuilt alle pracht in de wijde omgeving. Maar vijf kilometer later, op een weg die zich vastklampt aan de kam van een berg, is het weer volop genieten. Links in de verte zien we de Middellandse Zee en rechts verliezen we onze blik in het zoveelste adembenemende berglandschap. Kennismaking met Tirana. In Tirana loopt een derde en een derde van de bevolking zit op een gloednieuwe fiets uit China. De rest van Tirana tiranniseert vrolijk toeterend het stadsbeeld. Ze scheurt rond, zonder enige consideratie met de overige weggebruikers en maakt de meest verschrikkelijke ongelukken waarbij per dag minstens een dooie valt. Kortom een geanimeerde chaos die de autoriteiten met 20 verkeerslichten uit Italië probeert te bedwingen. Dit alles tegen de achtergrond van regeringsgebouwen en cultuurpaleizen die hun communistische verleden nauwelijks verloochenen. Behalve het mozaïek van Enver Hoxha op het Nationaal Museum. Dat wordt steentje voor steentje aangepast aan de Nieuwe Orde.

Melk & honing

Tirana is een opeenhoping van arme sloebers, handelaartjes, gelukzoekers, post-communistische bureaucraten en heel veel taxichauffeurs. Het bruist er van het initiatief. Letterlijk op elke hoek van de straat is wel een nieuwe winkel of cafe geopend. De straten en parken zijn voor het eerst in veertig jaar vies. Dat komt door de geheel eigen interpretatie van het begrip democratie. Volgens sommige Albanezen betekent dat dat je alles mag doen waar je zin in hebt en dat je je in het geheel niet hoeft te bekommeren over je leefomgeving. Maar dat zal vanzelf wel minder worden. Vele andere Albanezen stralen geestdrift uit om het land op poten te zetten, een elan dat ik nog in geen enkel ander voormalig Oostblok-land ben tegengekomen.

Door tijdgebrek gedreven, laten we ons door een sympathieke Albanees met een aftandse Fiat 127 naar Pogradec brengen. We maken een flinke omweg via Gyrokaster, een vrijwel ongeschonden middeleeuws stadje en geboorteplaats van Enver Hoxha. Opnieuw rijden we door prachtige landschappen. Vanaf Pogradec fietsen we, via een omweg door Macedonië, terug naar Thessaloniki. Bij een grenspost, waar het stof van een halve eeuw isolatie nog maar nauwelijks is weggepoetst, steken we over. In de nieuwbakken republiek Macedonië ziet het er direkt aanzienlijk beter uit: huizen, wegen, auto's, alles is goed verzorgd. Veel te goed eigenlijk, want hoewel de omgeving hier zeer zeker de moeite waard is, heeft het niet meer het ongeschonden karakter zoals in Albanië. We overnachten in Bitola, een voormalige Turkse handelsstad met een oud centrum dat alles weg heeft van een Kasba. Er is zelfs een heuse smid die met blaasbalg en open vuur het smeedwerk rood laat gloeien. De volgende dag gaan we weer een grens over, dit keer de grens met Griekenland. Door politieke spanningen is de douanepost uitgestorven. Gemotoriseerd verkeer mag er niet doorheen, de spoorverbinding is geblokkeerd en in het Griekse wisselkantoortje worden onze Macedonische bankbiljetten met aan walging grenzend afgrijzen geweigerd. Vertwijfeld vragen we ons af: waarom kopen ze niet een mooi fietsje en stoppen ze hun energie in de beklimming van één van die prachtige bergen?


INFO

Kaarten

Voor Griekenland moet je je behelpen met de Eurocart 1:300.000. In Albanië kom je het verst met de 1:400.000 kaart van Ravenstein, editie 1992.

Gidsen

Voor uitgebreide informatie over Griekenland kun je goed terecht bij 'Het Griekse Eiland' (020 - 626 85 09.) Ze verkopen ook Griekse muziek om alvast in de sfeer te komen. Voor Albanië is de Reisgids Albanië van tour operator Piet Ordeman een vermakelijk, antequarisch alternatief. Piet Ordeman is 'goed fout', bezingt hartstochtelijk het regime en vergoelijkt schaamteloos de wantoestanden. Hij was lange tijd de enige Nederlander die reizen organiseerde naar deze voormalige communistische heilstaat.

Douane

Griekenland zit in de EG. Om Albanië binnen te komen moet je aan de grens voor $ 5,- een visum kopen. Vanuit Griekenland kun je de grens met Albanië passeren bij Konispol, Kakavija en Bilishti.

Er naar toe

Met vliegmaatschappij Olympic Airways heb je de keuze uit diverse bestemmingen. Start je vanuit Thessaloniki, doe dan de eerste 200 km. per trein, die zo'n vijf keer per dag vertrekt. Een belevenis op zich. Immers, de afgelopen 50 jaar is het transportmiddel niet gemoderniseerd. Korfu is een aantrekkelijk startpunt evenals Brindisi in Italië van waaruit je regelmatig de oversteek per boot kunt maken.

Seizoen

In periode mei-juni en september-oktober, als je in Nederland nog niet of niet meer lekker kunt fietsen, is hier de temperatuur vaak nog zeer aangenaam en de kleuren en het licht op z'n mooist.

Geldzaken

Het bankwezen staat in beide landen nog in de kinderschoenen. In Griekenland zijn er alleen banken in de grotere steden, die vaak om 2 uur 's middags al dicht zijn. Voor Albanië geldt dat je uitsluitend in Tirana met Traveller Cheques terecht kan. Een dubbelwandige broekriem voor contant geld (bij voorkeur $$ en DM), de zogenoemde money belt, komt in deze landen bijzonder van pas.

Prijzen

In Griekenland zijn de prijzen vergelijkbaar of iets hoger dan in Nederland. Zelfs eenvoudige restaurants zijn prijzig, maar je krijgt er wel subliem eten voor. Albanië is spotgoedkoop voor wat betreft hun eigen produkten. De vele importartikelen zijn er een fractie goedkoper dan bij Albert Heijn.
Voorbeelden: Blikje fris, f 1,- Avondmaaltijd buiten Tirana: f 12,- (hoofdschotel, salade, drank, koffie). In Tirana: f 20,- (Maar dan heb je ook een 'westerse' maaltijd.) Betaal je aanzienlijk meer dan laat je je tillen. Souveniers zijn er nauwelijks.

Engheidsfactor

Over Albanië gaan heel wat indianenverhalen rond. Toeristen zouden gemolesteerd zijn of erger. Het is moeilijk de geruchten te verifieren. (In Epen zou je tegenwoordig niet meer onverdacht met een leeg kinderzitje achterop kunnen rondfietsen). De Albanezen die wij ontmoet hebben waren in ieder geval zeer voorkomend. Desalniettemin is voorzichtigheid geboden en een beetje talen- en mensenkennis nooit weg.
Voor ons was het grootste gevaar nog het drinkwater; een enkele slok was genoeg voor 24 uur onversneden indigestie. Een goede reisverzekering en minimaal met z'n tweeen op stap is een must.

Voorbereiding

Voor deze reis is een goede voorbereiding vereist. Neem voldoende gereedschap en reserve-onderdelen mee. Een extra buitenband is aan te raden. Verder hadden we heel veel Evergreens (van Liga) bij ons, om de eenzame stukken te overleven.

Suggesties

Neem snoepjes mee om uit te delen aan kinderen. Kinderen zijn nieuwsgierig, maar volstrekt niet opdringerig. Neem verder ansichtkaarten of enkele prive-kiekjes mee om mensen wat te laten zien van je leven in Nederland.
Het land en de mensen zijn zeer fotogeniek. Over het algemeen wil iedereen graag op de foto, maar vraag het even voor de zekerheid. Het opsturen van een afdrukje wordt zeer gewaardeerd. Je foto krijgt gegarandeerd de mooiste plek in de huiskamer.
© 1994,1995 Robert van Weperen

Fietspad langs de Digitale Snelweg 2.1
© 1995-2015 Michiel van Loon